.
De evolutie van de kynologie
 
 
Onze huidige hondenrassen zijn ontstaan door inteelt en lijnenteelt. Ik heb daar voor de Labrador Retriever uitgebreide studie naar gedaan en kon tot 1830 teruggaan. 98% van de huidige Labradors stamt af van vier reuen en vier teven (van de lords Malmesbury, Buccleugh, Hamilton, Grimston en Home) met één keer gebruikmaking van een Flatcoat Retriever. Dit is de bottleneck van 1870. 
Omstreeks 1920 vond er weer zo'n bottleneck plaats, rond de reu Banchory Bolo. Vervolgens weer een spreiding, dan in de jaren zeventig weer een bottleneck, rond Sandylands Mark, Sandylands Tandy en Sandylands Tan. Sinds die tijd hebben er geen bottlenecks meer plaatsgevonden en is de spreiding constant gebleven. 
Uit nakomelingenonderzoek is gebleken dat de veertig zoons en dochters van Banchory Bolo uitstekende en gezonde nakomelingen hebben voortgebracht. Dit geldt ook voor de 91 kinderen van Sandylands Mark, de 76 kinderen van Sandylands Tandy en de 23 geregistreerde kinderen van Sandylands Tan. 
Wat in het onderzoek telkens weer opvalt is het veelvuldig gebruik van een onbekende teef en een bekende, bewezen reu. Zo heeft men dus ruim 130 jaar gefokt. Gezien de gezonde nakomelingen van bovengenoemde honden kunnen we gerust stellen dat de fokkers zeer zorgvuldig en zeer deskundig hebben gehandeld en mogen we hen dankbaar zijn voor de honden die zij op de wereld hebben gezet. Letterlijk: op de wereld, want overal ter wereld lopen mooie en gezonde Labradors rond, die bovengenoemde honden in hun stambomen hebben staan. 

Ergens op die wereldbol bevindt zich een héééél klein landje (Nederland). En in dat hele kleine landje staan plotseling een paar kynologen op die zeggen dat de fokmethoden van die 130 jaar hartstikke fout waren en dat de fokkers in de rest van de wereld het hartstikke fout doen en dat alleen die paar kynologen in Nederland weten hoe het goed moet. Zij zeggen dat niet op basis van een praktijk van zo'n anderhalve eeuw, maar op basis van "bestudering van de nieuwste wetenschappelijke inzichten van de populatiegenetica". Zij zeggen dat terwijl zij weten dat de basis waarop het wetenschappelijk onderzoek is verricht (en waarop de conclusies zijn gebaseerd) niet representatief is voor de verantwoordelijke fokkers, waaruit het merendeel van het witte circuit bestaat, maar op basis van de algemene populatie, die voor een groot deel afkomstig is uit het grijze en zwarte circuit. 

Natuurlijk is er sprake van HD, ED, epilepsie, PRA, catarract, RD, enz. Natuurlijk moeten we er alles aan doen om die afwijkingen te voorkomen. Maar dat kan alleen goed gebeuren op basis van DNA onderzoek. Nederland wil zoals zo vaak weer eens een voortrekkersrol vervullen, maar hoe is het in Nederland gesteld met veterinair onderzoek? Hoeveel geld wordt daar in gepompt? Hoe deskundig is men op het gebied van het onderzoek naar erfelijke afwijkingen bij honden? Het 
antwoord op deze vragen moet helaas luiden dat het grootste deel van het geld wordt opgebracht door de fokkers zelf, dat dit bedrag een schijntje is vergeleken bij de miljoenen die er in het buitenland aan worden besteed, onder andere door het bedrijfsleven, dat de Nederlandse deskundigheid op het gebied van wetenschappelijk onderzoek naar erfelijke afwijkingen bij honden in het buitenland zeer wordt betwijfeld, en dat is ook geen wonder, want daar is in Nederland geen geld voor, en dat men modernere onderzoeksmethoden (zoals de Penn-Hip methode) in Nederland niet accepteert. 

Desondanks heft Nederland wederom het vermanende vingertje, waardoor wij ons in de wereldkynologie zwaar belachelijk maken. Nederland voorloper van verandering in de kynologie? Laat me niet lachen! Daar zijn andere landen veel beter op toegerust, alleen zijn dat geen FCI landen, dus dat is een andere kerk. 
De Raad van Beheer laat met haar CFB zien dat de arrogantie van de macht haar naar het hoofd is gestegen. Sommige mensen laten zich daarin meeslepen, en dat is heel jammer, want zij zijn daardoor niet meer in staat de werkelijkheid onder ogen te zien. Zij zijn zo arrogant om anderhalve eeuw verantwoordelijk fokken - en de resultaten daarvan - af te doen als "fout", "ouderwets" en zeggen dat de fokkers van vroeger geen verstand hadden van de populatiegenetica. Ter informatie: Mendel publiceerde zijn ontdekkingen in 1866, en stond daarmee aan de wieg van de moderne hondenrassen, terwijl de toenmalige fokkers veelal hoog opgeleide personen waren. Toepoel schreef in de jaren zeventig nog dat inteelt zeker niet slecht hoefde te zijn en - met betrachting van de nodige zorgvuldigheid - zelfs een verrijking van een hondenstam kon betekenen. 

Evolutie is in mijn optiek het bewaren van de goede aspecten en het overboord gooien van de slechte aspecten, zodat elke generatie beter wordt. Zo hebben de verantwoordelijke fokkers het in de afgelopen anderhalve eeuw gedaan. Ook de huidige noodzakelijke verbeteringen in de kynologie moeten volgens mij langs deze evolutionaire weg verlopen. De methode die de Raad voorstaat is echter niet evolutionair, maar revolutionair, en dat kan een goede manier zijn wanneer men een einde wil maken aan een dictatuur, maar niet wanneer men verbeteringen wil doorvoeren in de kynologie. 

Jaap van der Wijk, 
augustus 2001