Algemeen
De workshop van de Golden
Retriever Club Nederland (GRCN) was verdeeld in een middagsessie en een
avondsessie. Aan de middagsessie werd voornamelijk deelgenomen door een
breed kynologisch gezelschap, waaronder medewerkers van de Raad van Beheer,
dierenartsen, vertegenwoordigers van andere rasverenigingen en vertegenwoordigers
van de NVFR. De avondsessie werd vooral bezocht door fokkers van Golden
Retrievers.
Dr. Padgett zei dat goede
fokkers precies weten wat ze doen en dat geen fokker het in zijn hoofd
zal halen bewust honden met een gebrek te fokken. Geen fokker is zo dom
om bewust ongewenste eigenschappen te gaan vermeerderen. Ook zei hij dat
fokkers de vrijheid moeten hebben om minder ernstige erfelijke eigenschappen,
bijvoorbeeld eigenschappen waar een hond geen last van heeft, te onderscheiden
van eigenschappen waardoor een hond pijn lijdt, dit om andere, belangrijkere
genen te behouden.
Dr. Padgett zei meerdere
malen dat fokkers niet dom zijn. Fokkers weten altijd wel een manier te
vinden om de goede eigenschappen van een reu te behouden, door bijvoorbeeld
een zoon of een broer van een bepaalde reu te gebruiken, en de gevolgen
zijn dat ze dan toch een gedeeltelijk genenpakket mee krijgen via een andere
moederlijn, die dan misschien minder gewenst is omdat daarmee dan weer
negatieve eigenschappen in hun lijn komen. Fokkers willen graag behouden
waar ze voor staan, en of dit nu uiterlijk, werkprestaties of iets anders
is, maakt niet uit. De fokker moet dit zelf kunnen bepalen. Dr. Padgett
bracht verder duidelijk naar voren dat dit geen taak is voor de Raad van
Beheer. Deze moet zich beperken tot het verzamelen en opslaan van gegevens
in een open databank, zodat iedereen daar gebruik van kan maken.
Dr. Padgett noemde de Faraohond
als voorbeeld van een ras dat in vijfduizend jaar nauwelijks is veranderd,
dit aan de hand van gevonden afbeeldingen. Meer dan vijfduizend jaar geleden
moeten er dus al fokkers zijn geweest die zich bewust met selectie hebben
beziggehouden, en met inteelt, door het beste op het beste te zetten. Deze
methode heeft veel positieve invloed op het ras gehad en heeft er wellicht
zelfs toe geleid dat het ras thans nog bestaat.
Zowel de middag en de avond
stonden voornamelijk in het teken van de theoriën van Dr. Padgett
met betrekking tot de noodzaak tot gebruikmaking van zogenaamde "matadors"
- uitblinkers, dekreuen die een substantieel deel van de pups van een bepaald
ras verwekken. Dr. Padgett maakte duidelijk dat gebruikmaking van deze
"matadors" niet los kan worden gezien van een zogenaamde "open registry",
een databank waarin alle genetische afwijkingen van de fokdieren zijn opgeslagen
en dat geraadpleegd kan worden door fokkers.
Elke hond vererft bepaalde
genetische afwijkingen, de één minder ernstig dan de andere.
Dr. Padgett maakte dit duidelijk aan de hand van het volgende voorbeeld:
"Ik kijk hier om mij heen en ik zie al verschillende mensen met een genetische
afwijking, waaronder ik zelf, want ik zie mensen met een bril op. Betekent
dit dat deze mensen zich niet moeten voortplanten? Uiteraard niet."
Elke hond vererft dus bepaalde
genetische afwijkingen en voor elk ras kunnen wij een gemiddelde vaststellen.
Wanneer een bekende matador 6 genetische afwijkingen vererft en een gemiddelde
hond uit hetzelfde ras 36 genetische afwijkingen vererft, weten wij dus
dat het veiliger is om genoemde matador te gebruiken dan een willekeurige
andere hond uit de populatie.
Wanneer wij nu weten welke
genetische afwijkingen de hond wel vererft, dan weten wij ook welke genetische
afwijkingen de hond NIET vererft, en wanneer hetzelfde het geval is met
de teef, dan kunnen wij tot een weloverwogen keuze komen om wel of niet
met deze combinatie te gaan fokken.
Matadors zijn kampioenen,
als showhond, werkhond of huishond. Zij worden veel als dekreu gebruikt
en daarom weten wij veel over deze honden. Hoe meer wij over een hond weten,
hoe beter wij in staat zijn een goede keuze te maken.
Dr. Padgett was erop voorbereid
dat zijn "matador-principe" op weerstand zou stuiten van onder meer dhr.
Gubbels van de Raad van Beheer, dit in verband met de vermeende gevaren
van inteelt. Hij vertelde dat een matador in de hondenwereld soms duizend
pups voortbrengt, maar een matador in de intensieve rundveehouderij brengt
soms miljoenen nakomelingen voort.
Gubbels wierp tegen dat
Padgett zich baseerde op achterhaalde standpunten en dat men in "de" intensieve
rundveehouderij thans terugkomt op het matador-principe. Uiteraard kon
Padgett niets met deze informatie (de goede man was tot vorig jaar, tot
zijn pensionering, hoogleraar en wel degelijk op de hoogte van de ontwikkelingen,
maar kon niet nagaan op welke gegevens Gubbels zich baseerde, laat staan
dat hij kon controleren of de intensieve veehouderij waarover Gubbels sprak
aan de nodige voorwaarden met betrekking tot de zorgvuldigheid van het
matador-principe had voldaan). Hij stelde Gubbels de volgende vraag: "Noem
mij tien hondenrassen die zijn uitgestorven ten gevolge van inteelt." Gubbels
hakkelde "eh... eh..." "Okay, noem mij vijf hondenrassen die zijn uitgestorven
ten gevolge van inteelt." Wederom moest Gubbels het antwoord schuldig blijven.
"Noem mij één hondenras dat ten gevolge van inteelt is uitgestorven."
Gubbels kon dat ras niet noemen.
Een man in de zaal die dicht
in de buurt van de medewerkers van de Raad van Beheer zat wist ten slotte
één ras te noemen dat door inteelt was uitgestorven: de English
White Terrier. Dr. Padgett kende het ras niet en kon er dus niet op antwoorden.
Diezelfde avond nog kon
dhr. Henk Karmelk Dr. Padgett uit de droom helpen: In de jaren zeventig
had Martin v.d. Weijer hem tijdens de AKK cursus geleerd dat de English
White Terrier (die aan de wieg stond van veel terrier rassen, zoals de
Amerikaanse Rat Terrier, de Boston Terrier, de Airedale Terrier en de Bull
Terrier) in de jaren twintig van de vorige eeuw was uitgestorven, niet
door inteelt, maar vanwege het feit dat de rattenvangerswedstrijden in
Groot-Brittannië (waarvoor de English White Terrier grotendeels werd
gebruikt) ophielden te bestaan vanwege het (verplichte) gebruik van pesticiden
en rattengif, waardoor de rattenpopulatie drastisch verminderde en de functie
van de English White Terrier verloren ging.
De man die vertelde dat
de English White Terrier ten gevolge van inteelt is uitgestorven had dus
ongelijk en Dr. Padgett's standpunt bleef onverminderd overeind staan.
Dr. Padgett fokt Berner Senners
en is in Amerika al decennia lang betrokken bij de instandhouding en verbetering
van dit ras, net als Dr. Malcolm Willis in het Verenigd Koninkrijk. Professor
Hazewinkel veronderstelde dat Dr. Padgett een "typfout" had gemaakt toen
hij de gemiddelde leeftijd van de Berner Sennenhond in Amerika opschreef,
want dat was ongeveer 6,7 jaar, terwijl professor Hazewinkel op basis van
zijn eigen gegevens meende dat dit 4 jaar moest zijn. Dr. Padgett wist
echter heel stellig dat zijn gegevens juist waren. Hij houdt zich tenslotte
al sinds zo'n dertig jaar intensief met dit ras bezig.
Wellicht ging professor
Hazewinkel uit van de Nederlandse gegevens? Wellicht is het grote verschil
in gemiddelde leeftijd te wijten aan het feit dat in Amerika en Engeland
meer gebruik wordt gemaakt van matadors dan in Nederland?
In de avondsessie verduidelijkte
Dr. Padgett nogmaals - hetzij in sneltreinvaart, wegens tijdgebrek - zijn
visie op het belang van matadors. Mevrouw Roswitha Buytendijk, mater familias
van het anti-Labradorfokkers segment van de NLV, vroeg in perfect upper-class
English, inclusief kostschoollispel, of 45 dekkingen voor een dekreu genoeg
was om een Labrador als matador te bestempelen. Dr. Padgett, die op dat
moment niet stilstond bij het feit dat er drie kleuren Labradors bestaan,
die onderling lang niet altijd gekruist kunnen worden, antwoordde bevestigend.
"Thank you!!!" antwoordde mevrouw Buytendijk enthousiast, en de zaal hoorde
haar denken: "Bingo!"
Tijdens de discussie die
in groepjes plaatsvond, werd duidelijk dat het gros van de fokkers de bestaande
regelgeving van de rasvereniging voldoende vindt. Sommigen zouden de regelgeving
graag uitgebreid zien tot het verplicht stellen van een ED onderzoek, en
een enkeling wenste ook een gedragstest, zij het zonder consequenties voor
de fokker. Vrijwel iedereen was het erover eens dat het Centraal Fokbeleid
zoals de Raad van Beheer dit voorstelt als ongewenst moet worden beschouwd.
Een beperking van het aantal dekkingen per reu is in elk geval onacceptabel.
Verder was de meerderheid van de aanwezigen van mening dat de fokker een
keuze moet hebben; de ene keer kiest hij voor outcross, de andere keer
voor inteelt, en weer een andere keer voor het gebruik van een matador.
Hoe dan ook, omdat de fokker voor 100% verantwoordelijk is voor het product
dat hij fokt, bepaalt de fokker voor 100% van welke fokmethode hij gebruik
maakt.
Na afloop van de workshop
Na afloop van de workshop
namen enkele deelnemers, waaronder ondergetekende en Dr. George Padgett,
nog even een biertje aan de bar van het motel. Dr. Padgett vertelde dat
hij het jammer vond dat hij de lezing, waar hij normaal twee-en-een-half
uur voor nodig heeft, die avond in nog geen uur had moeten afraffelen.
Gubbels kwam naar Dr. Padgett toe en Dr. Padgett vroeg wat hij van de dag
vond. Gubbels antwoordde dat hij het niet eens was met de zienswijze van
Dr. Padgett, waarop die zijn verwondering uitsprak en vroeg waarom Gubbels
dit dan niet tijdens de workshop in de zaal naar voren had gebracht. Dr.
Padgett vond het duidelijk een onaangename opmerking van Gubbels, die snel
afdroop. "Ik heb de hele middag en de hele avond in alle openbaarheid voor
een zaal gestaan, onder andere om vragen van de aanwezigen te beantwoorden,
en hij bevond zich de hele middag en de hele avond onder de aanwezigen,
en na afloop van die dag, vijf minuten voordat ik vertrek, zegt hij tegen
mij dat hij het niet eens is met mijn zienswijze," zei Dr. Padgett.
Mijn eerste bevindingen
Ik vind het een prima zaak
dat er wordt gediscussieerd over de voors en tegens van bepaalde fokmethoden
en deze ideeën te publiceren, zodat alle geïnteresseerden deze
informatie kunnen gebruiken om te bepalen wat het beste is voor hun ras
en hun foklijnen. Het lijkt mij echter geen goede zaak om de verschillende
fokmethoden te bestempelen als "goed" of "fout", omdat er situaties zijn
waarin het soms verstandiger is om lijnenteelt of inteelt te doen, terwijl
in andere situaties outcross of het gebruik van een matador geïndiceerd
is. In alle gevallen moet de fokker de vrijheid hebben om te bepalen welke
methode hij gebruikt, en dat werd bevestigd door de lezing van Dr. Padgett.
Wellicht is het zinvol om
de heer Gubbels en zijn Raad van Beheer wat meer aan tegenstanders te laten
wennen en hen wat vaker tegen te spreken, want thans zijn de woordvoerders
van de Raad, zeker in internationaal opzicht, geen volwaardige discussiepartners.
Hoewel Gubbels het niet eens was met de zienswijze van Dr. Padgett, wachtte
hij totdat de workshop was afgelopen, om hem dit vijf minuten voor diens
vertrek, terwijl hij een biertje dronk aan de bar, mee te delen. Ook tijdens
de lezing van Dr. Malcolm Willis hield de vivisectionist en "fokkerijspecialist"
Gubbels angstvallig zijn mond en trad hij - net als zijn collega's van
de Raad - niet in debat. Hoogstwaarschijnlijk wordt er zoals gebruikelijk
achteraf een schriftelijk weerwoord geproduceerd, waartegen de wetenschapper
in kwestie zich niet meer kan verdedigen, maar is dat debatteren? Draagt
dat bij aan de discussie? Is dat de wijze waarop men deelneemt aan een
workshop?
Ik vind het jammer dat niet
voldoende uit de verf is gekomen dat het matador-principe in Nederland
geen enkele kans van slagen heeft wanneer de Raad van Beheer haar zin krijgt.
In feite wordt deze methode dan uitgesloten. Mevrouw Buytendijk van de
Nederlandse Labrador Vereniging was blij met het antwoord van Dr. Padgett
dat 45 dekkingen per leven genoeg zijn voor een Labrador om hem als matador
te bestempelen. Zij zal dit op zichzelf staande antwoord (geïsoleerd
van de context) ongetwijfeld gebruiken om aan te tonen dat het fokbeleid
van de NLV zelfs de goedkeuring van Dr. Padgett kan meedragen. Dat zou
echter onjuist zijn, want Dr. Padgett bedoelde uiteraard dat 45 dekkingen
voldoende is om te bepalen welke eigenschappen de hond wél vererft
en welke niet, zodat het werkelijk gebruikmaken van die dekreu dan pas
begint en niet eindigt.
Verder ben ik van mening
dat mevrouw Buytendijk zich de positieve ervaring van deze workshop ter
harte moet nemen en bij zichzelf te rade moet gaan. Zij zou zichzelf de
vraag moeten stellen waarom een dergelijke workshop niet kan worden gehouden
in de NLV. De NLV beperkt zich immers, in tegenstelling tot de Golden Retriever
Club Nederland, tot het uitnodigen van de voorstanders en pleitbezorgers
van het Centraal Fokbeleid. Hoewel de Labradorfokkers dit graag zouden
willen, is het in de huidige NLV ondenkbaar dat het bestuur een gerenommeerde
tegenstander van het Centraal Fokbeleid uitnodigt om een ander licht op
dit beleid te laten schijnen. Die eenzijdige, ondemocratische houding typeert
de NLV.
Omdat ik dus in staat ben
het beleid van de GRCN te vergelijken met andere rasverenigingen, kan ik
alleen maar besluiten met de volgende woorden: hulde aan de Golden Retriever
Club Nederland voor dit initiatief en bedankt voor uw gastvrijheid! Ik
zie uit naar de volgende workshop.
Jaap van der Wijk,
voorzitter NVFR
|