|
Book now direct with owner! |


Wij kunnen een hond
slechts bestraffen wanneer wij hem op heterdaad betrappen. Daarom is het
soms nodig bepaalde situaties te creëren. Meestal zijn twee tot drie
`heterdaadjes' voldoende om de hond bepaald gedrag af te leren.
Een hond heeft zogenaamde
`haalmotieven'; hij heeft geleerd dat bepaald gedrag iets positiefs oplevert.
Vernieling kan de verveling tegen gaan, of het nare gevoel van doorbrekende
tanden en kiezen. Blaffen betekent aandacht (negatieve aandacht is ook
aandacht) en/of aanwezigheid van de baas. Wij moeten ervoor zorgen dat
de `haalmotieven' van het ongewenste gedrag worden geëlimineerd, dat
wil zeggen dat de positieve opbrengst van het gedrag verdwijnt en er een
negatieve opbrengst voor in de plaats komt. Dat zal leiden tot het staken
van het ongewenste gedrag.
Wanneer blaffen geen
aandacht oplevert, zelfs geen negatieve aandacht, dan heeft het voor de
hond geen zin om te blijven blaffen. Dus negeren wij het blaffen, hoe moeilijk
dat soms ook is. Heb geduld, de ene hond is intelligenter dan de andere,
en de ene hond zal sneller in de gaten hebben dat zijn gedrag tot niets
leidt dan de andere.
.
Een minder afhankelijke
hond
Vaak is afhankelijkheid
de reden van het niet alleen kunnen zijn of het vernielen van huisraad
tijdens jouw afwezigheid. Nu is afhankelijkheid aangeleerd gedrag, dat
dus ook weer afgeleerd kan worden. Dat doen wij door middel van een beloning
(voedsel) en een signaal of symbool dat met die beloning wordt geassocieerd.
Bij voorbeeld: als wij weg gaan, geven wij de hond iets lekkers en zetten
wij tegelijkertijd de radio aan. Als wij terugkomen krijgt de hond weer
iets lekkers, zetten wij de radio uit en geven wij hem alle aandacht.
Dit gedrag wordt door
ons heel consequent opgebouwd. Dus, wanneer wij de kamer verlaten en de
hond blijft achter - al is het maar voor vijf minuten - krijgt hij wat
lekkers en gaat de radio aan. Komen wij terug dan krijgt hij weer wat lekkers,
gaat de radio uit en pas daarna spelen wij even met hem. Weldra
zal de hond het weggaan associëren met de radio en met iets lekkers,
en het terugkeren met het uitzetten van de radio, iets lekkers en spel
(aandacht). Na verloop van tijd zal hij begrijpen dat hij tijdens het radiogeluid
geen aandacht hoeft te verwachten. Op een gegeven moment kunnen wij het
lekkers achterwege laten en is het aan- en uitzetten van de radio voldoende
om de hond te laten begrijpen wat er gaat gebeuren. Blijf de hond echter
wel aandacht geven zodra de radio uit gaat.
Wanneer de hond gewend
is aan dit ritueel, kunnen we nog een stapje verder gaan. Wanneer wij wel
in de kamer zijn maar even niet door de hond gestoord willen worden, zetten
wij de radio aan. De hond zal zich er letterlijk en figuurlijk bij neerleggen
en wacht hoopvol op het moment dat de radio weer uit gaat, want dat betekent
spel en aandacht.
In bovenstaand voorbeeld
heb ik gebruik gemaakt van drie elementen: gedrag (weggaan en terugkomen),
symbool (radio) en beloning (iets lekkers en spel). Deze drie elementen
zijn essentieel voor de operante conditionering van de hond. Maar het weggaan
en terugkomen kan worden vervangen door ander gedrag, net als de radio
als symbool door iets anders kan worden vervangen, bijvoorbeeld het ontsteken
van een bepaalde lamp (die alleen voor dit doeleinde gebruikt wordt!) of
het in de kamer plaatsen van een bepaald opvallend voorwerp dat er zich
daar anders nooit bevindt. Er is slechts één vast element:
de beloning in de vorm van aandacht en spel.
.
Frustratie en dominantie als oorzaak
van blaffen en vernielen tijdens afwezigheid van mensen
Wanneer het voor de hond onvoldoende duidelijk
is wie er de baas in huis is (zijn), zal hij zelf het leiderschap op zich
nemen. De hond ziet het gezin (zelfs wanneer dat gezin maar uit één
persoon bestaat) als een roedel, en de roedelleider zorgt voor zijn roedelgenoten;
hij beschermt ze, hij geeft aan wanneer er "gejaagd" (uitgelaten) wordt,
hij bepaalt wanneer er gespeeld wordt, etc. Nu zal het duidelijk zijn dat
de hond niet voorbestemd is om roedelleider van de mens te zijn. Hij is
gewoon niet tegen die taak opgewassen. Wij moeten ons dus opstellen als
de roedelleider van de hond, en er zijn verschillende manieren om de hond
duidelijk te maken dat wij de roedelleider zijn en niet hij.
Een hond die denkt dat hij de roedelleider
is zal bij onze afwezigheid gefrustreerd zijn. Wij, zijn roedelgenoten,
zijn er immers niet en hij is niet in de gelegenheid om ons te beschermen,
om ons voor gevaren te behoeden. Hij houdt verschrikkelijk veel van ons,
maar maakt zich zorgen om ons. Daarom blaft hij wanneer hij alleen is,
daarom vernielt hij dingen als wij er niet zijn.Daarom is hij ontzettend
blij wanneer wij terug zijn van weggeweest.
Het leven voor zo'n hond zou zo veel gemakkelijker
zijn wanneer hij zich geen zorgen om ons hoefde te maken, en daar kunnen
wij voor zorgen door ons leiderschap te bevestigen.
Een roedelleider speelt zelden met zijn
roedelgenoten; dat laat hij aan de roedelgenoten onderling over. Een roedelleider
gaat altijd als eerste door de deur, hij laat zijn roedelgenoten nooit
voor gaan. Een roedelleider keurt zijn roedelgenoten geen blik waardig.
Een roedelleider staat niet toe dat zijn roedelgenoten tegen hem opspringen
of hun poot op hem leggen. Een roedelleider staat niet toe dat een roedelgenoot
op zijn plek zit of ligt. Een roedelleider eet altijd eerst, en dan pas
eten de roedelgenoten. Een roedelleider staat niet toe dat zijn roedelgenoten
bij hem in de buurt komen wanneer hij eet. Een roedelleider gromt wanneer
een roedelgenoot iets doet wat hem niet bevalt, en laat daarbij zijn tanden
zien. Een roedelleider wendt zijn blik nooit af wanneer een roedelgenoot
hem "brutaal" aankijkt; de roedelgenoot moet als eerste zijn blik afwenden.
Een roedelgenoot wendt zijn blik hooghartig af wanneer een roedelgenoot
hem likt.
Wij gaan ons dus gedragen als roedelleider
en stellen ons als roedelleider op telkens wanneer wij zijn weggeweest,
ook al was het maar heel even. Dus ook 's morgens, wanneer de hond ons
de hele nacht niet heeft gezien. In een natuurlijke roedel wordt elke keer
wanneer de roedel uit jagen is geweest de rangorde opnieuw bevestigd, want
de mogelijkheid bestaat dat tijdens de jacht een roedelgenoot (of zelfs
de roedelleider) gewond of gedood is, waardoor de rangorde onduidelijk
kan zijn. Dit bevestigen van de rangorde duurt slechts kort en heeft als
functie dat de roedelgenoten weten "oh ja, zo was het".
Dus wanneer wij het huis verlaten zonder
de hond, negeren wij de hond. Wij gedragen ons rustig, er is immmers niets
aan de hand, wij nemen geen afscheid van de hond en staan niet toe dat
hij tegen ons opspringt. Wel laten wij hem een commando opvolgen, bijvoorbeeld
"zit". Dan is hij braaf en gaan we weg.
Bij "thuiskomst", vijf minuten later, negeren
wij de hond wederom. Wij gaan iets voor onszelf doen, bijvoorbeeld thee
zetten of afwassen, en staan niet toe dat de hond ons daarbij stoort. Hij
vraagt aandacht, maar die geven wij hem niet. Pas wanneer hij geen acht
meer op ons slaat en iets voor zichzelf is gaan doen (laat hem maar gewoon
zijn gang gaan), spelen wij even met hem, zonder hem te belonen. Het spel
op zich is al een beloning.
Dit herhalen we regelmatig, met steeds groter
wordende tussenpozen. Laat de hond eraan wennen dat het niets bijzonders
is wanneer wij hem negeren en dat het doodgewoon is wanneer wij weg gaan
en weer thuiskomen. Al snel zal de hond zijn natuurlijke neiging om het
roedelleiderschap (in het geval van een machtsvacuum) op zich te nemen,
verliezen en zal hij ons als roedelleider zien. Dat maakt het leven voor
hem een stuk rustiger en aangenamer, want hij hoeft niet meer voor ons
te zorgen. Er wordt voor hem gezorgd.
Wees niet bang dat de hond je vriendje niet
meer is wanneer jij je opstelt als roedelleider. Honden zijn van nature
gewend aan hiërarchie en zijn blij met een baas boven baas.



