Advertisement
Palais du Chateau. Holiday apartment in Nice, Old Port Lympia, Quartier des Antiquaires. Near beach, Vieux Nice, City. Fabulous view on the Alps. 7th (top) floor with lift. Sleeps 3. € 375 - € 450 / week. Dogs welcome!  
Book now direct with owner!  


 
    
.
Word lid van de Labrador Retriever Club Nederland!
Lidmaatschap slechts € 10,- per jaar!
Click hier om je aan te melden als lid van de LRCN.
Click hier om naar de website van de LRCN te gaan.
.
Angstig gedrag bij honden
.
Angst is een natuurlijke emotie en angstig gedrag leidt in natuurlijke omstandigheden vaak tot levensbehoud. Bij honden dienen wij onderscheid te maken tussen functionele angst en disfunctionele angst. Angst voor hard rijdende brommers op het fietspad is functioneel, angst voor het geluid van vuurwerk (of jachtgeweren!) is disfunctioneel.
De angstgevoelens van de hond zijn in sterke mate afhankelijk van de reactie van de mens. Heeft de hond een nare ervaring en troosten wij hem, dan zal de hond ervan overtuigd zijn dat zijn angstig gedrag gerechtvaardigd is. Doen wij echter volkomen gewoon en spelen wij wat met de hond, dan zal hij de nare ervaring snel zijn vergeten, althans houdt hij er geen overdreven angstgedrag aan over. Een voorbeeld: onze Bas kwam voor het eerst in aanraking met een paard. Kennelijk dacht hij: `Tjee, wat een grote hond! Laat ik die even aan de achterkant besnuffelen.' Het paard was hier niet van gediend en verkocht Bas en flinke schop in zijn ribbenkast. Bas gilde, kwam met de staart tussen de poten naar mij toe en leek nauwelijks nog te kunnen lopen. Ik deed alsof er niets aan de hand was, zei `Kom op joh!' en gooide een stok weg. Bas rende achter de stok aan en bracht hem kwispelend bij mij terug.
Hoe gaat Bas met paarden om? Heel normaal. Hij heeft alleen nooit meer geprobeerd een paard van achteren te benaderen.
Een ander voorbeeld: een buurvrouw was bang voor vuurwerk. Op oudejaarsavond werd haar hond voor het eerst geconfronteerd met luide knallen. De hond werd onrustig, buurvrouw dacht: `Ach die arme hond, die is bang,' en troostte haar hond uitbundig. Het gevolg: de hond dacht dat zijn angst gerechtvaardigd was. Gevolg op langere termijn: de hond kruipt zelfs ineen wanneer er een auto met een kapotte uitlaat langs rijdt. Buurvrouw had dit angstgedrag van de hond gemakkelijk kunnen voorkomen door heel normaal te blijven doen en wat met de hond te spelen, om hem af te leiden.

Angstig gedrag dat voortkomt uit een traumatische ervaring tijdens de inprentingsfase (3 tot 8 weken) of de socialisatiefase (8 tot 14 weken), kan moeilijk zo niet onmogelijk worden behandeld. Ook trauma's uit een latere fase kunnen blijvend van invloed zijn op het gedrag van de hond. Zo werd onze Bas als pup gebeten door een volwassen boxer. Het gevolg op langere termijn: Bas, nu 8 jaar, doorgaans de meest vredelievende hond die je kunt bedenken, vertoont agressief gedrag naar boxers. Dat lijkt niet op angst, maar de agressie komt wel degelijk voort uit angst.
.
Angstig gedrag dat voortkomt uit onvoldoende ervaringen met mensen tijdens de inprentingsfase en de socialiseringsfase noemen we "kennelsyndroom".
Wat is kennelsyndroom?
.
Bij puppy's die in de inprentingsfase weinig of geen sociaal contact met mensen hebben gehad, is de inclusiebehoefte ten opzichte van mensen afwezig of zeer slecht ontwikkeld. We spreken dan van kennelsyndroom, een verschijnsel dat veel wordt gezien bij honden die van broodfokkers afkomstig zijn. Het is een syndroom van emotionele inflexibiliteit, dat zich voordoet wanneer honden tijdens de eerste maanden van hun leven in omstandigheden worden gehouden waarin zij onvoldoende in contact komen met mensen. Deze kennelhonden vertonen gedrag dat zich kenmerkt door extreme en volhardende onderdanigheid en angst, en soms in angstbijten wanneer zij in een onbekende omgeving worden geplaatst. Zij zullen altijd bang voor mensen zijn. De gevolgen van slechte socialisering zijn echter voor een deel afhankelijk van het ras. Een Labrador Retriever is hier minder gevoelig voor dan veel andere rassen, waarschijnlijk ten gevolge van zijn natuurlijke "will to please", zijn behoefte om het de baas naar de zin te maken.
.
In het algemeen kan een hond met kennelsyndroom niet of nauwelijks omgaan met veranderingen in zijn dagelijkse routine en omgeving. Hij is buitengewoon schuchter en is bang om te worden aangeraakt. De indrukken die hij in de inprentingsfase heeft opgedaan blijven hem zijn leven lang parten spelen. Wat er tijdens deze periode is misgegaan kan nooit meer ongedaan gemaakt worden. Zonder de juiste training en behandeling door een ervaren hondentrainer zal hij chronisch gestoord, antisociaal gedrag vertonen.
Een hond met kennelsyndroom moet leren om mensen te vertrouwen en met hen om te gaan. Hij is buitengewoon zenuwachtig en zeer op zijn hoede voor onze welgemeende zorg. Wanneer hij wordt benaderd zal hij zich proberen te verwijderen, en wanneer dat niet lukt zal hij zijn staart tussen zijn benen doen. Zijn ogen zijn glazig, zijn oren liggen plat in de nek, en hij laat vaak wat urine vallen of rolt zich op de rug. Hij is doodsbenauwd voor het geluid van de televisie of verkeer op straat, en hij zal proberen weg te lopen. Dit gedrag vertoont hij ker op keer, zelfs wanneer de televisie de hele dag aan staat en het verkeer de hele dag door gaat.
Het spreekt voor zich dat een hond met kennelsyndroom ontzettend ongelukkig is. Hij leeft in een wereld die gewoonweg angstaanjagend is. Elke poging van jou om hem te helpen, hoe vriendelijk ook, wordt ervaren als beangstigend en hetzelfde geldt voor alle andere indrukken die hij tijdens de inprentingsfase heeft moeten ontberen. 
.
Hoe wordt kennelsyndroom behandeld?
.
Om te beginnen: een hond zal nooit genezen van het kennelsyndroom. De schade die in de inprentingsfase is toegebracht kan niet ongedaan worden gemaakt. Het enige wat je kunt doen is zijn leven (en jouw leven met een hond die eraan lijdt) wat aangenamer maken.
Routine is in dit opzicht heel belangrijk. Omdat een hond met kennelsyndroom niet in staat is om met veranderingen in zijn routine om te gaan, moeten we die routine omschrijven, om te weten waar we zijn begonnen. Probeer de volgende vragen te beantwoorden:
.
1. Is de hond bang voor jou?
2. Is de hond bang voor andere mensen in jouw gezin?
3. Is de hond bang voor mensen in het algemeen?
4. Is de hond bang voor geluiden (stofzuiger, verkeer, enz.)?
5. Is de hond bang voor andere honden?
6. Bijt de hond als hij bang is?
7. Is er een situatie waarin de hond tamelijk tevreden en ontspannen is?
.
Zodra je de laatste vraag met “ja”, of “ik denk het wel” kunt beantwoorden, mag je gaan denken aan een aantal doelen die je wilt bereiken, maar wees niet te optimistisch. De methode die wij gebruiken om de hond te trainen wordt “shaping” genoemd (vorming via successieve benaderingen). Deze methode wordt gebruikt wanneer bepaald gewenst gedrag niet in één keer kan worden geleerd. Bij het shapen komen wij telkens een stapje dichter bij ons doel en wordt de hond gradueel gevormd.
.
Dit zouden dus onze doelstellingen kunnen zijn:
.
1. Ik wil dat de hond mij vertrouwt en bij mij op zijn gemak is.
2. Ik wil dat de hond mijn partner vertrouwt en bij hem op zijn gemak is.
3. Ik wil dat de hond mijn buren vertrouwt en bij hen op zijn gemak is.
4. Ik wil met de hond kunnen wandelen.
5. Ik wil de hond mee naar de dierenarts kunnen nemen.
.
Zodra je deze doelstellingen hebt bereikt, kun je aan volgende doelen gaan denken, maar nogmaals: wees niet te optimistisch.
.
Geef de hond zelfvertrouwen. Zet geen druk op de hond, geef hem de tijd om jou te leren vertrouwen. Beloon hem elke keer wanneer hij het gewenste gedrag vertoont. Wanneer jij bezig bent een band met de hond op te bouwen, laat je dan door niets en niemand afleiden, niet door de radio, niet door andere honden. Dring jezelf niet op aan de hond; laat hem naar jou komen wanneer hij daar klaar voor is. Beloon hem wanneer dat gebeurt. Bestraf de hond nooit! Negeer ongewenst gedrag.
.
Zodra (of als) je in staat bent om met de hond om het huis te lopen, en zodra (of als) dit een routine is geworden waar de hond redelijk aan gewend is, kun je de cirkel vergroten, beetje bij beetje, totdat deze nieuwe cirkel een routine is geworden.
Zodra (of als) het in de buurt wandelen geen probleem meer is, kun je proberen naar drukkere buurten te wandelen, maar overdrijf het niet. Vergeet niet dat het moeilijk voor de hond is om van zijn routine af te wijken en zijn vertrouwde omgeving te verlaten.
.
Wees niet bang om het op te geven. Dit is geen wedstrijd en je hoeft niet te winnen. Na alle pijn en moeite die je erin hebt gestoken, na al jouw geduld en frustratie, komt er een tijd dat je moet toegeven dat dit alles is wat er uit te halen valt, althans voorlopig.
.