
| In de
roedel eet de hoogste hond in de hiërarchie het eerst. Daarna volgen
de anderen, al naar gelang hun positie in de hiërarchie. De laagst
geplaatste hond eet het laatst.
Wanneer ik de honden van mijn roedel te eten geef, krijgt elke hond een eigen bak. Een hond die een hoge positie in de hiërarchie bekleedt kan - na zijn eigen bak te hebben leeg gegeten - ongestraft eten uit de bak van een lager geplaatste hond. Omgekeerd is het zo dat wanneer een lager geplaatste hond uit de bak van een ranghogere wil eten, hij onmiddellijk en fel wordt gecorrigeerd. Dit verschijnsel, het verdedigen van de eigen bak met voer, noemen wij baknijd. Wij zijn de hoogste in de hiërarchie. Onze hond komt op de laagste plaats. Wij moeten dus ongestraft de bak van onze hond kunnen weghalen. Staat de hond dit niet toe, dan heeft hij een ander idee van zijn plaats in de hiërarchie dan wij hem hebben toebedacht en dient hij te worden gecorrigeerd. Baknijd van de hond ten opzichte van de menselijke gezinsleden is een zeer ongewenst en kwalijk verschijnsel. Het werkt een ongewenste dominantie van de hond in de hand en zal hem - zeker bij de personen ten opzichte van wie hij baknijd vertoont - uiteindelijk onhandelbaar maken. Wij kunnen
het verschijnsel baknijd voorkomen door regelmatig de voederbak van de
hond weg te halen terwijl hij eet. Wij moeten onze hand in zijn voederbak
kunnen leggen zonder dat hij ingrijpt of protesteert. Gedraagt de hond
zich rustig, reageert hij teleurgesteld maar gelaten, dan belonen we hem
uitbundig en laten hem verder eten. Deze oefening - zeker in het begin
- regelmatig herhalen.
|

