De hond is een roedeldier.
Bij gebrek aan een natuurlijke roedel vormt het gezin de roedel van de
hond. Dat heeft één groot nadeel: de hond zal zich nooit
op een natuurlijke wijze kunnen opwerken in de hiërarchie van de roedel.
Telkens weer zal hij gefrustreerd worden, want hoeveel mensenbaby's er
ook bij komen, hij zal altijd de laagste in rangorde zijn.
Nu zijn honden gewoontedieren
en met de juiste begeleiding kunnen we zijn frustraties in goede banen
leiden, bijvoorbeeld door hem veel aandacht te geven en er regelmatig alleen
- zonder de kinderen - met hem op uit te trekken en hem in situaties te
brengen waarin hij op een natuurlijke wijze hoger in rangorde mag zijn
dan andere honden.
In een natuurlijke
roedel heeft de mens helemaal niets te vertellen. Wanneer hij probeert
als roedelleider op te treden, zal hij worden aangevallen of zal de roedel
zich van hem verwijderen.
De semi-natuurlijke
roedel, zoals die van ons, bestaat uit honden die de socialiseringsfase
(8 tot 14 weken) bij ons in huis hebben doorgemaakt en in die periode een
basistraining hebben gekregen. Tijdens de socialiseringsfase hebben zij
dagelijks contact met de roedel gehad en werd hen op natuurlijke wijze
onderdanigheid en plaats in de rangorde bijgebracht.
Onze roedel bestaat
in 1998 uit zes Labradors: Bas (reu, 7 jaar), Wanda (teef, 7 jaar), Naomi
(teef, ruim anderhalf jaar), Tiffi (teef, bijna anderhalf jaar), Grace
(teef, ruim anderhalf jaar) en Whoopy (teef, ruim een jaar). Zodra Artie
(reu), die dan nog maar vier weken oud is, zijn basistraining achter de
rug heeft, zal ook hij permanent deel uitmaken van de roedel. Maar nu al
heeft hij dagelijks contact met de andere honden.
De roedel heeft een
nachtverblijf en een buitenverblijf (met beschutte ruimte tegen regen,
sneeuw en wind). Alle honden zijn voortdurend bij elkaar, tenzij er een
teef loops is, dan verkast Bas naar de huiskamer, of tenzij er een teef
moet bevallen, want ook dat gebeurt bij ons in de huiskamer.
De volwassen honden
worden tweemaal daags gevoerd. Dit voeren gebeurt zodanig dat wij kunnen
controleren of elke hond niet meer of minder dan zijn/haar portie krijgt.
Er wordt dus niet gevochten om het voer en het recht van de sterkste geldt
hier even niet. In een natuurlijke roedel zou dit wel het geval zijn, maar
wij vinden dat dit te veel onrust veroorzaakt, om van gevolgen als te dik
worden of vermagering maar te zwijgen. (Overigens is het verschijnsel `baknijd'
onze honden volkomen vreemd.)
De honden worden gezamenlijk
uitgelaten, zonder riem, in het vrije veld. Bij onenigheid tussen de honden
grijpen wij niet in. Het uitlaten is speelkwartier, lol, met geringe toezicht.
Bij de wekelijkse training, die niets meer inhoudt dan herhaling van de
commando's uit de basistraining, wordt de riem uiteraard wel gebruikt.
Deze training is ook bedoeld om de hoedanigheid van de mens als roedelleider
te bevestigen en dominantie of onwennigheid ten opzichte van de mens te
voorkomen.
Daarnaast laten wij
de honden zoveel mogelijk in contact komen met kinderen uit de buurt, die
graag met de honden spelen en knuffelen. De honden vertonen ten opzichte
van die kinderen geen enkele dominantie, wel ten opzichte van elkaar. Wanda
eist het recht op om voortdurend te worden geknuffeld; de andere honden
mogen niet worden aangehaald als zij ook niet wordt aangehaald. Bas eist
het recht op om de andere honden te corrigeren, maar bemoeit zich verder
niet zo vreselijk veel met de teven en de pups. Naomi en Tiffi zijn de
zorgzame `moedertjes', Grace is het pubermeisje dat nog niet zoveel te
vertellen heeft, maar het daar lang niet altijd mee eens is, en Whoopy
is de ondeugd zelf, die soms heel graag nog even pup wil en mag zijn.
Wanneer een hond enige
tijd (meer dan een paar dagen) uit de roedel verwijderd is geweest, zijn
de hiërarchische verhoudingen gewijzigd. Als Bas in de roedel terugkeert
zodra een teef niet meer loops is, moet hij eerst behoorlijk wat grauwen
en snauwen alvorens hij zijn status terug heeft. De begroeting van een
hond die na korte tijd (maximaal een paar dagen) in de roedel terugkeert
verloopt altijd allerliefst en volgens een vast patroon: alle honden (behalve
Bas) kwispelen dat het een lieve lust is en likken de mondhoeken van de
terugkerende hond. Het maakt niet uit of die hond hoger of lager in rang
is. Direct daarna wordt er gespeeld, en pas in dit spel wordt de onderlinge
rangorde weer bepaald. Bas draagt bij terugkeer in de roedel zijn staart
hoog en laat zich de begroeting welgevallen, maar hij grijpt in wanneer
de dames te vrijpostig worden. Wanneer een teef in de roedel terugkeert
draagt Bas zijn staart hoog, maar hij mengt zich slechts heel kort in het
uitgebreide begroetingsritueel.
Komt een teef in de
roedel terug en merkt Bas dat de teef in kwestie te vrijpostig is, dan
zal hij dekgedrag gaan vertonen, ook al is de teef niet loops. Dit dekgedrag
heeft geen voortplantingsfunctie maar is een uitdrukking van dominantie,
vergelijkbaar het met `rijen' van reuen tegen het been van de mens. Ook
dat is een signaal van 'ik heb schijt aan jou'.
De hiërarchische
verhoudingen in onze roedel zijn niet zo scherp afgebakend als in de natuurlijke
roedel. Een gedeelde tweede plaats - zelfs een gedeelde eerste plaats -
is soms mogelijk en er wordt (dan) niet gevochten tussen de honden die
een bepaalde rang delen.
Het verschil tussen
de honden die vanaf het begin deel uitmaken van onze roedel en Wanda, de
hond die pas op late leeftijd deel van de roedel is gaan uitmaken, is zeer
duidelijk zichtbaar. Wanda is in de eerste plaats op mensen gericht. Nee,
ik zeg het verkeerd: zij is in de eerste plaats op voedsel gericht. Daarna
op mannen, vervolgens komt er een hele tijd niets, dan op kinderen, dan
op vrouwen, dan op haar pups en als laatste op de roedel. Nu weet ik heel
goed dat Wanda niet representatief is voor alle honden die niet in de roedel
zijn opgegroeid, maar alle overige honden uit de roedel zijn in de eerste
plaats `dogs' dogs' en daarna pas `people's dogs'.
De vier teven die wel in de roedel zijn opgegroeid hebben een andere volgorde
van prioriteiten: eerst de pups, dan voedsel, dan de roedel, en als laatste
in het rijtje de mensen. Desalniettemin zijn het zeer sociale honden ten
opzichte van de mens en gehoorzamen zij heel redelijk. Ook trainen zij
graag. Dat alles is het gevolg van het feit dat hun socialiseringsfase
in ons gezin heeft plaatsgevonden. Het komt er echter op neer dat de teven
die direct na de socialiseringsfase in de roedel zijn opgegroeid waarschijnlijk
betere moeders voor hun pups zijn. Ik kan dit nog niet met zekerheid zeggen
omdat nog geen van hen een nest heeft gehad. Wel merk ik dat de zorgzaamheid
ten opzichte van elkaar bij de honden die in de roedel zijn opgegroeid
aanmerkelijk meer is ontwikkeld dan bij de honden bij wie dat niet het
geval is.
Men kan het gedrag
van de hond grofweg onderscheiden in aangeleerd gedrag en natuurlijk gedrag.
Aangeleerd gedrag is niet alleen wat wij, de mensen, de hond hebben aangeleerd,
maar ook al het geconditioneerde gedrag dat is ontstaan in de wisselwerking
met andere dieren en externe factoren als verkeer, milieu en techniek.
Natuurlijk gedrag is al het gedrag dat de hond vertoont op basis van het
aanwezig genetisch materiaal. Uiteraard beïnvloeden natuurlijk gedrag
en aangeleerd gedrag elkaar.
In feite is er sprake
van een soort schizofrenie. Een hond zal in de roedel heel ander gedrag
vertonen dan individueel in de omgang met de mens. Degene die meent zijn
hond van haver tot gort te kennen, zou deze hond eens deel moeten laten
uitmaken van een natuurlijke of semi-natuurlijke roedel. Hector, die thuis
geen vlieg kwaad doet en met Flappie het konijn in één mand
ligt, wordt plotseling een wild verscheurend beest dat tijdens de gezamenlijke
jacht van de roedel op konijnen een konijn letterlijk met huid en haar,
met botten en al, verslindt, binnen een minuut, terwijl hij nog geen half
uur daarvoor lekker heeft gegeten. Thuisgekomen vleit hij zich vredelievend
naast de nietsvermoedende Flappie neer. Flappie moest eens weten...
Elke hond heeft dus
Jekyll en Hyde in zich. Het deel uitmaken van de roedel "triggert" het
natuurlijke gedrag van de hond, waardoor het door de mens aangeleerde gedrag
even wordt vergeten.
Hoe meer het natuurlijk
gedrag van een hond wordt onderdrukt, hoe minder hij dit gedrag zal vertonen.
Maar om het te kunnen onderdrukken, zal hij het toch eerst moeten vertonen,
en aangezien de hond intelligent is, zal hij dit op een gegeven moment
niet meer doen, want het is niet leuk om bestraft te worden. Dat wil echter
niet zeggen dat de neiging om het natuurlijk gedrag te vertonen is verdwenen.
In de roedel komen al die latent aanwezige neigingen weer boven.
Twee honden die in
huis met elkaar zijn opgevoed door de mens, zullen ten opzichte van elkaar
minder natuurlijk gedrag vertonen dan honden die in de roedel zijn opgegroeid,
afhankelijk van de invloed van de mens op dit natuurlijk gedrag. In zijn
opvoeding van de hond bouwt de mens een aantal onnatuurlijke `remmen' in
het gedrag van de hond. Dit mag niet, dat mag niet. Een voorbeeld: een
teef die hondenpoep eet, zal dit gedrag met alle mogelijke middelen worden
afgeleerd, want het is in onze ogen een smerige gewoonte, en je schaamt
je toch rot als de buurvrouw het ziet. Maar diezelfde teef komt waarschijnlijk
in zeer grote psychische moeilijkheden wanneer zij pups werpt, want het
natuurlijk gedrag van de teef is het opeten van de ontlasting van de pups,
terwijl haar dit nu juist is afgeleerd. Frustratie alom.
Een ander voorbeeld:
een ervaren teef, opgegroeid in de roedel, bijt een twee dagen oude pup
(van een andere teef) dood. Reactie van de mens: ongeloof, frustratie,
zelfs agressie. Die rothond! Vervolgens blijkt uit de autopsie dat de pup
een open gehemelte en maar één long had. De teef heeft dus
een natuurlijke selectie toegepast, op een pup die nauwelijks levensvatbaar
was. Zij had dit waarschijnlijk niet gedaan wanneer de mens haar had aangeleerd
om te allen tijde `lief' te zijn voor kleine hondjes, liever gezegd wanneer
de mens haar had afgeleerd om op een natuurlijke wijze met honden om te
gaan.
De teef in dit voorbeeld
staat dus nog tamelijk dicht bij de natuur.
Een buitenstaander
wordt gemakkelijk in de roedel opgenomen, mits deze zich houdt aan de hiërarchische
regels. Een jonge, dominante reu zal zich ten opzichte van Bas onderdanig
moeten gedragen en hij moet niet proberen dekgedrag te vertonen bij een
van de teven. De teven hebben hier niet echt moeite mee, maar Bas vindt
dat niet leuk en laat dat duidelijk merken.
Wij hebben camera's
waarmee wij de honden ongestoord - zonder de `ruis' van onze aanwezigheid
en invloed - kunnen observeren. In het nachtverblijf heeft elke hond een
eigen plek. Die plek hebben zij zelf uitgezocht en verworven. Een nieuwkomer
moet de eerste nacht ongeveer anderhalf meter afstand van de andere honden
houden. De tweede nacht is die afstand verkort tot ruim zeventig centimeter.
De derde nacht mag de nieuwkomer aanschuiven - er lekker helemaal bij komen
liggen - en is hij/zij redelijk geaccepteerd. Houdt de nieuwkomer zich
aan deze regels, dan verloopt alles goed. Doet hij/zij dat niet, dan is
het zeer onrustig in het nachtverblijf. Vooral oudere honden die zijn opgegroeid
in gezinnen zonder kinderen - in gezinnen waar zij het `kind' zijn en in
feite bepalen wat er met hen gebeurt - hebben moeite zich aan de roedel
aan te passen. Honden met een hogere frustratie-tolerantie, dat wil zeggen
honden die hebben geleerd dat dominantie of drammerig gedrag niet of niet
altijd leidt tot beloning van dit gedrag, worden zeer snel door de roedel
geaccepteerd en voelen zich er zeer snel thuis.
Een Viszla, een reu
van 9 maanden die thuis wel erg veel aandacht opeiste, keerde na een verblijf
van een week in onze roedel als een compleet andere hond terug. Hij vroeg
minder aandacht en ging socialer met andere honden om. Zijn dominante gedrag
was op natuurlijke wijze ingedamd, zonder dat dit ook maar enigszins kwalijke
gevolgen had voor zijn verdere ontwikkeling of zijn onbevangenheid ten
aanzien van de mens. Ik kreeg zeer sterk de indruk dat het verblijf in
de roedel (in elk geval tijdelijk) een einde had gemaakt aan de `stress
van de verveling'.
Ik durfde deze hond
rustig in mijn roedel van Labradors op te nemen, maar ik had het waarschijnlijk
niet gedaan in een roedel Duitse Herders of Rothweilers. Daarvoor is het
verschil in temperament veel te groot, hetgeen de Viszla psychisch had
kunnen beschadigen. Want jachthonden hebben vergeleken met andere rassen
vaak tere zieltjes.
De Viszla komt nog
regelmatig op bezoek. Zijn eerste gang is naar de roedel, waar hij allerhartelijkst
wordt begroet. Dan naar de huiskamer, waar hem eveneens een hartelijke
begroeting wacht. Maar ondanks alle aandacht houdt hij het daar niet lang
vol. De roedel trekt, ook al is het donker in het nachtverblijf en is het
hele spul in diepe rust. Binnen drie minuten heeft de Viszla zijn nest
opgemaakt en vleit hij zich gelukzalig neer temidden van de andere honden.
Halverwege de nacht wordt hij weer uit de roedel gehaald, want het baasje
en het vrouwtje gaan naar huis. In de auto jankt hij. Thuisgekomen sjokt
hij maar zijn bench, gaat hij met een plof liggen, slaakt hij een
diepe zucht en kijkt hij het baasje en het vrouwtje met een melancholische
blik aan. Nota bene: ik heb het hier over een hond die zeer goed wordt
verzorgd, waar zeer veel mee wordt gewandeld, waar mee wordt getraind,
kortom een hond die alle liefde en aandacht krijgt die hij nodig heeft
en verdient.
Niet iedereen heeft
de mogelijkheid om er een roedel op na te houden. De ruimte, de tijd en/of
het geld daartoe ontbreken vaak. Toch merk ik dat een hond in een roedel
als de onze zich vrijer en natuurlijker gedraagt dan een hond die als enige
hond deel uitmaakt van een mensengezin. In zo'n situatie ontwikkelt een
intelligent dier als een hond namelijk eerder manipulatief gedrag dan in
de roedel. Dit manipulatieve gedrag kan op zijn beurt aanleiding geven
tot negatieve aspecten in de wisselwerking tussen mens en hond, met als
gevolg stress bij de mens, stress bij de hond en uiteindelijk een advertentie
in de krant: `Wegens omstandigheden te koop aangeboden: hond...'
De hond is door de
mens gedomesticeerd. De hond is een sociaal wezen. De hond is afhankelijk
van de mens en is graag bij de mens. Maar de hond is in wezen ook een roedeldier,
een dier dat deel uitmaakt van een gemeenschap van soortgenoten.
En dat natuurlijke aspect, die natuurlijke behoefte, worden vaak over het
hoofd gezien of door praktische bezwaren terzijde geschoven. Met alle gevolgen
van dien.
Wanneer wijzelf geen
roedel hebben kunnen wij dit gebrek ten dele opvangen door de hond het
liefst dagelijks in contact te brengen met soortgenoten. En dan bedoel
ik los, zonder riem, in het vrije veld. Ik weet het, het is lastig als
je hond nog niet goed gehoorzaamt, want hoe krijg je het beest terug, maar
met een goede training is ook dat probleem op te lossen.
En ik weet het, hoe
breng je je hond in het vrije veld in contact met andere honden als je
driehoog achter aan de gracht woont? Word lid van een kynologenclub of
iets dergelijks, stap met je hond in de auto of in de tram en zorg ervoor
dat je hond in contact komt met soortgenoten. Jij hebt daar recht op, hij/zij
toch ook?
.
Augustus 2004:
Inmiddels is er heel wat veranderd. We hebben geen zes Labradors meer,
we hebben er twintig. En Bas is onlangs overleden. We zijn verhuisd van
Bemmel naar Odoornerveen (Drenthe), en we hebben niet één
roedel meer, maar drie. Omdat de volwassen reuen ook als dekreu worden
gebruikt, kan de rivaliteit tussen de reuen onderling in de roedel dusdanig
uit de hand lopen dat ze elkaar behoorlijk toetakelen, en om dat te voorkomen
hebben we elke dekreu een eigen roedel gegeven.
Voor het overige worden
de principes van de semi-natuurlijke roedel nog steeds toegepast.
.
Februari 2006:
Om foktechnische redenen hebben we het aantal honden geruime tijd geleden
teruggebracht van 21 naar 12. Het aantal roedels is toen teruggebracht
van drie naar twee. Ik heb mijn uitspraak dat een "gedeelde eerste of twee
plaats" mogelijk is moeten herzien, in zoverre dat de situatie waarin dit
door mij werd geconstateerd beslist een uitzondering was. In het algemeen
kan ik stellen dat niemand in de roedel dezelfde positie in de rangorde
heeft als een ander, en dat er hoe miniem dan ook verschillen zijn. Wel
kunnen er in één roedel meerdere hiërarchiën gelijktijdig
aanwezig zijn, bijvoorbeeld de hiërarchie tussen jonge, ondergeschikte
honden onderling, die vanwege de ontwikkeling van de honden veel dynamischer
is, en de hiërarchie "algemeen", die statischer is bij een sterke
en evenwichtige roedelleider.
De drie roedelleiders
van de toenmalige roedels waren Artie, Oliver en Joe. Artie moest het veld
ruimen voor Dublin. Wanneer we dat niet hadden gedaan, zou dit tot moord
en doodslag tussen Artie en Dublin hebben geleid, want Artie's fysieke
kracht en psychologische evenwicht wogen op een gegeven moment niet meer
op tegen Dublin's fysieke kracht, zeker niet wanneer hij de geur van een
loopse teef in zijn neus kreeg. Joe en drie van "zijn" teven vloeiden om
foktechnische redenen af, Dublin ook, en toen bleef Oliver als enige mannelijke
roedelleider over.
Omdat er zoveel veranderingen
plaatsvonden, was dit het juiste moment om een nog drastischer verandering
door te voeren: de twee roedels werden opnieuw ingedeeld, in een reuenroedel
en een tevenroedel. Voor ons had dit het voordeel dat er tussen de reuen
geen strijd kon ontstaan wanneer zij eerder dan wij in de gaten hadden
dat een bepaalde teef loops werd, en ook dat we de loopse teven niet uit
de roedel hoefden te halen. Oliver werd de roedelleider van de reuenroedel,
hetgeen logisch was omdat de overige reuen nog erg jong waren. De dominante
Sandy was gepromoveerd tot permanente huishond (the lady of the house),
waar ze onze gepensioneerde Naomi verdreef naar de tweede plaats in de
hiërarchie van de huishonden, terwijl Shona de hoogste positie in
de rangorde van de tevenroedel innam. Nota bene: het feit dat een hond
de hoogste plaats in de hiërarchie van een roedel heeft betekent niet
automatisch dat deze hond dan ook een roedelleider is. Shona miste de tact,
de dominantie en het overwicht om een roedelleider te kunnen zijn. Ze trad
niet op bij conflicten, wees haar ondergeschikten niet terecht, en zat
lui en stoïcijns op haar "troon". Daardoor ontstond er veel onrust
in de roedel. Pas toen Sandy terugkeerde in de tevenroedel herstelde de
rust. Binnen tien minuten! |